't Kervel (Hengelo)
Op deze pagina vindt u
informatie over 't Kervel.
| Ligging | Ten zuidwesten van het dorp Hengelo aan de Kervelseweg. |
| Ontstaan | Het huis wordt genoemd in 1380 met Griet van Breule als bezitster. |
| Geschiedenis | Veel
buitenplaatsen hebben een ingewikkelde geschiedenis, maar die van 't
Kervel slaat alles! Het goed zou identiek zaan aan het oude goed Meyerinck,
dat weer een deel van het "Goet ten Breule" was, één der
oudste goederen en vermoedelijk ook het grootste in de wijde omgeving. Ten Breule, of Bruil, zoals het later heette, wordt in 1380 genoemd met Griet van Breule als bezitster, terwijl in 1405 Ludolph ten Broewel beleend wordt met het goed, dat in 1422 Albert Meyerinck geheiten ten Bruell als eigenaar heeft. Nog hetzelfde jaar verandert het goed weer van eigenaar, want dan blijkt Steven van Kervenheim het geruild te hebben tegen het Hengelose goed Hederick. Bruil en Meyerinck vererven in 1528 op Jutte van Kervenheim, gehuwd met Christoffel van Munster, die onder meer in 1544 het Meyerinck als onderleen in leen geeft aan Steven van Kervenheim. Toen zal de boel definitief verdeeld zijn. Wyse van Kervenheim laat het in 1653 na aan haar dochter Maria Louisa Vrydach, weduwe Salomon van Keppel wordt in 1620 beleend. Anna verkeert doorlopend in geldzorgen en leent geld van Anna Johanna van Zweeten, echtgenote van Johannes Everhardus van der Heyden. Wanneer zij niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, nemen laatstgenoemden het boeltje in 1683 over. Op dezelfde wijze verwierf dit echtpaar in 1201 het Huis te Baak. Hij noemde zich onder meer Heer van Baak en Meyerinck. Uit de Van der Heyden's raakte het Meyerinck, toen drie zoons, die het van elkaar erfden, allen ongehuwd overleden en het goed in1868 nalieten aan de dochter van hun zuster, Jkvr. Carolina Anna Maria Josepha van der Heyden, gehuwd met Franciscus Otto Henricus Maria Nikolaus von Wintgen zu Ermelinghoff. Die dochter is Mathilde Richmondis Frederica Anna Maria von Wintgen, sedert 1857 douairière van Joseph Freiherr von Twickel. Zij liet in 1870 een landhuis op haar nieuwe bezit bouwen, dat kennelijk wat klein uitgevallen was, want in 1890 werd er een tweede verdieping opgezet. De jongste zoon Von Twickel, gehuwd met barones Von Vely Jungkenn, erfde het in 1903 en vond het nog steeds te klein en in 1906 werd er nog maar weer een stuk aangebouwd. De zoon Joseph F.M.A.F. von Twickel, echtgenoot van Maria C.H.A. von Bothmer, werd erfgenaam in 1914. Wegens zijn verkwistende levenswijze werd het landgoed in 1932 publiek geveild en werd het huisperceel gekocht door Jacob Philips. In de Tweede Wereldoorlog waren hier veel joden ondergedoken. Daarna werd het tweemaal verkocht en in 1950 werd het huis verworven door de Orde der Zusters Clarissen, die hun vorige onderkomen, het kasteel Ammersoyen wegens oorlogsschade moesten verlaten. Zij bouwden er nog eens een vleugel met een kapel aan, zodat het grootste landhuis van de Achterhoek ontstond. Twintig jaar later werd het verkocht, aangezien het aantal roepingen terugliep. Thans is eigenaar van het 118 kamers bevattende huis de "Stichting Elia", die sterke banden heeft met de Zevende Dag Adventisten en hier cursussen en dergelijke organiseert. |
| Eigenaar/Bewoners | Stichting Elia |
| Huidige doeleinden | Het huis wordt gebruikt als conferentie- en vakantieoord, Bed & Breakfast. |
| Toegankelijk | Het huis en directe omgeving zijn niet vrij toegankelijk voor het publiek. (INFO) |
| Foto's | |
| Bronnen | Jan Harenberg - "Eens bolwerk
van de adel, kastelen en landhuizen in de Achterhoek en Liemers" |