't Loo (Apeldoorn)
Op deze pagina vindt u
informatie over 't Loo.
| Ligging | Ten noorden van Apeldoorn |
| Ontstaan | Met de bouw van
het paleis is in 1685 begonnen |
| Geschiedenis | Willem III, de
stadhouder-koning, die sedert 1676 jachtterreinen bezat te Hoog Soeren,
kocht in 1684 het Oude
Loo met bijbehorende grond. De bezitting ligt op zandgrond, in het
centrum van Gelderland. 'Loo' is een Oudnederlands woord dat 'een open
plek in het bos' betekent. Het was kennelijk de schaarse begroeiing van
de hei waaraan het landgoed zijn naam ontleende. Als enthousiast jager
kocht Willem het land vanwege zijn rijkdom aan wild. Er werden ontwerptekeningen voor een nieuw huis gemaakt door de Académie d'Architecture in Parijs. Gelet op Willems vijandschap met de Franse koning was dit een merkwaardig, maar desalniettemin veelzeggende keuze. De plannen waren gereed in het begin van 1685 en kort daarop werd met de bouw begonnen. Met het oog op het volmaakt Hollands uiterlijk van het paleis is het waarschijnlijk dat Jacob Roman, de architect belast met de uitvoering, tijdens de bouw de Franse ontwerpen heeft aangepast aan Willems soberder smaak. Volgens het oorspronkelijke ontwerp zou het paleis bestaan uit een centraal blok dat, door middel van gebogen zuilenrijen, was verbonden met de twee lange zijvleugels (Dit kwamen we al eerder tegen bij Huize De Voorst). Na de troonsbestijging van Willem en Mary vond men het nodig het huis te vergroten. De zuilenrijen werden vervangen door symmetrische hoekpaviljoens. De tweede bouwfase, die plaatsvond tussen 1690 en 1692, omvatte ook een rijke versiering van het interieur en een uitbreiding van de tuin. Daniël Marot, een Hugenoot die in 1685 naar ons land was uitgeweken, werd belast met het ontwerp. Zijn werk op Het Loo was het begin van zijn verbondenheid met Willem III en speelde een zeer belangrijke rol bij de verspreiding van de grootste barokstijl van Lodewijk XIV in Holland en Engeland. De volgende belangrijke verandering vond plaats in 1807, toen Koning Lodewijk Bonaparte de gevels liet bedekken met een grauwe pleisterlaag. Deze werd later wit geverfd en Het Loo behield die kleur tot aan de onlangs uitgevoerde restauratie. Koning Willem I, die vóór de Belgische opstand meestal te Laeken vertoefde, vestigde zich er na 1830. Na zijn vertrek bleef het lange tijd onbewoond, totdat Willem III het met zijn familie betrok. Tussen 1875 en 1914 werden aan het huis een verdieping en een grote balzaal toegevoegd. Na haar troonsafstand in 1948 trok Koningin Wilhelmina zich terug op Het Loo, waar zij woonde tot haar dood in 1962. Haar dochter Juliana zag af van verder gebruik van het huis door de koninklijke familie. Daarop werd besloten om het paleis terug te brengen in zijn zeventiende-eeuwse vorm en het als museum open te stellen voor het publiek, om de rol die het Huis van Oranje heeft gespeeld in de geschiedenis van ons land duidelijk te maken. J.B. baron van Asbeck werd gevraagd leiding te geven aan de restauratie. Deze duurde zeven jaar en kostte 84 miljoen gulden. In 1984 werd Het Loo officieel als museum geopend door Koningin Beatrix. |
| Eigenaar/Bewoners | Staat der Nederlanden |
| Huidige doeleinden | Museum |
| Toegankelijk | Landgoed en huis
zijn toegankelijk voor publiek op de aangegeven tijden (INFO) |
| Foto's | |
| Bronnen | Allert de Lange
- Gids voor "De Nederlandse Kastelen en Buitenplaatsen" Uitgeverij THOTH - Landhuizen en kastelen in Nederland |