't Oye (Zutphen)

Op deze pagina vindt u informatie over 't Oye.

Ligging Aan de rondweg om Zutphen.
Ontstaan Het huidige huis is laat tweede helft negentiende-eeuws, maar het landgoed is ouder.
Geschiedenis De Zutphense Sint Walburgskerk bezat in de viertiende eeuw in de voormalige buurtschap Eme een aantal goederen en één daarvan was 't Oye. Die kerk bezat twee gescheiden vermogens, dat van de proost en dat van deken en kapittel. 't Oye behoorde tot dat van de proost en was een hofhorig goed en het is bekend dat Lambert ter Oye, horige van de proostdij, afstand deed van het horig goed Ter Oye, dat toen werd omgezet in een tijnsgoed.
Conrait van Leesten, overleden vóór 1424, had twee zoons, Gerrit en Henrick, beiden wonende te Eme. Henrick, die gehuwd was met Agnes Bentinck, moet eigenaar van het goed geweest zijn, want er was sprake van Henricks van Leesten's goed "die Oye".
Zij hebben minstens vier zonen en zes dochters gehad en dit grote aantal nakomelingen zal voor een hoogst ingewikkelde erfopvolging zorgen. In 1519 lezen we van "Conrait van Leesten en Maria, zijn vrouw, hun goet de Oye". Maria is Conrad's tweede vrouw, Maria van Keppel; zijn eerste was Aleyt van Apeldoren. Maar naast Conrad komen ook zijn broers Dirc en Johan als bezitter voor en krijgen we te maken met de echtgenoot en de kinderen van hun zuster Dorothea. Zij was eerst gehuwd met Rijckwijn van Essen en daarna Arnt van Aller. Het verloop van de verdeling van de erfenis is te ingewikkeld om hier te behandelen.
In ieder geval moet op een zeker moment Otto van Essen het grootste deel in bezit hebben gehad en wanneer hij in 1604 afscheid neemt van het aardse bestaan, blijft zijn weduwe met een failliete boel achter. Dan gebeurt er een heleboel met het goed, maar niemand slaagt erin om orde op zaken te stellen en in 1618 wordt 't Oye bij gerechtelijke verkoop verworven door Peter Sels, een bekende geldschieter in die dagen. Kort daarna doet Sels het goed over aan Gerhard Bruyn van der Marck, waarna nieuwe erfenisproblemen ontstaan.
Alles wordt tenslotte opgelost in 1706 doordat Maria Sabina van Cölnbach, dan eigenaresse, 't Oye verkoopt aan Adriaan Sloet, gehuwd met Margaretha Elisabeth van Hattum tot Rhynestein. Voor Sloet was het goed slechts één van de vele die hij bezat. Na de dood van zijn kleinzoon Johan Adriaan Joost Sloet, in 1768, zagen diens erfgenamen eerst in 1782 kans om de ingewikkelde nalatenschap te verdelen.
't Oye bestond toen uit het herenhuis 't Oye en de boerderijen Groot en Klein Oye. Het herenhuis is in het begin van negentiende eeuw afgebroken en Frederik Stork koopt in 1811 dan ook alleen maar een "terrein van vermaak"
Een latere eigenaar, Mr. Frans Gerrit Nieuwenhuys, moet het tegenwoordige huis gebouwd hebben. Broer en zus Capel worden in 1880 eigenaars en in 1908 wordt het goed ter belegging gekocht door de Provisoren van de Stichting Het Bornhof te Zutphen, een bejaardenhuis. De bezittingen der stichting gingen in 1970 ingevolge de Bijstandswet over aan de Gemeente Zutphen. De eigenaren schreven de naam altijd als Oye; de officiële instanties als Ooye, hetgeen dus historisch onjuist is.
Eigenaar/Bewoners Gemeente Zutphen
Huidige doeleinden Privé bewoning.
Toegankelijk Huis en directe omgeving zijn niet toegankelijk voor het publiek
Foto's
Bronnen Jan Harenberg -  "Eens bolwerk van de adel, kastelen en landhuizen in de Achterhoek en Liemers"