De Doornenburg (Doornenburg)
Op deze pagina vindt u
informatie over De Doornenburg.
| Ligging | Ten noorden van het dorpje Doornenburg |
| Ontstaan | In de negende eeuw is al sprake van een villa Doronburc. |
| Geschiedenis |
De oorsprong van de Doornenburg is in duisternis
gehuld. Toch is bekend dat er al zeer vroeg sprake is van een villa
Doronburc, een dorp Doornenburg, en wel bij een schenking door een zekere
Walto van de helft van een boerderij uit het dorp aan de abdij van
Lauersham. Uit het tweede deel van de naam '-burc' blijkt dat er toen al
een versterking moet zijn geweest. De naam is sprekend: hij duidt aan dat
de versterking, waarschijnlijk een aarden verhoging met daaromheen een wal
of palissade, omringd is geweest door doornstruiken. In 1046 wordt Dorinburc vermeld onder de goederen waaruit de kerk van Gendt, die ook toebehoorde aan de abdij van Lorsch, inkomsten trok. Pas in de dertiende eeuw komen er meer vermeldingen. Zo werden in 1255 de tienden uit Dornenburg door graaf Otto van Gelre aan het klooster 's-Gravendal bij Goch geschonken. De eerste keer dat een 'heer van de Doornenburg' wordt genoemd is op 1 mei 1295. Toen kwamen de cijnzen in de parochie Darenborch door aankoop in het bezit van dominus wilhelmus miles de darenborgh, heer Willem, ridder van Doornenburg. Hoe het toenmalige huis er uitgezien heeft, is niet meer te achterhalen. De oudste delen van het huidige huis, aangetroffen in de hoofdburcht, dateren uit de veertiende eeuw. We spreken dan over de achterste of zuidelijke helft van de hoofdburcht, die oorspronkelijk slechts bestond uit een onderkeldert zaalgebouw zonder verdieping met een ommuurd voorplein. Uit nog uit die tijd daterend en heden nog bestaand muurwerk blijkt, dat het gebouw was afgewerkt met een dunne rode pleisterlaag. In de vijftiende eeuw is het voorplein successievelijk in twee etappes volgebouwd en zijn de verschillende geledingen steeds verhoogd, tot in de zestiende eeuw de bovenste verdieping van het noordwestelijk bouwlid ontstond. Daarmee verkreeg het kasteel in hoofdzaak zijn huidige blokvormige aanzien. Wellicht in samenhang met de tamelijk ingrijpende moderniseringen in het interieur, die rond 1660 onder andere met het aanbrengen van sierstukplafonds en een nieuwe gebeeldhouwde schouw plaatsvonden, zijn toen ook de vensters en de ingang aan het exterieur vergroot. Uiteindelijk leverde dat, zeker na de vernieuwing van sommige vensters in de achttiende eeuw, een tamelijk chaotisch beeld op. Het aanbrengen van een vereenvoudigd schilddak met pannen en de afbraak van de torenspitsen in de eerste helft van de negentiende eeuw hebben ertoe geleid dat de Doornenburg aan het eind van die eeuw een weliswaar romantische, maar desondanks desolate aanblik bood. De voorburcht dateert in haar huidige vorm uit de vijftiende eeuw; de kapel is waarschijnlijk een zestiende-eeuwse toevoeging, terwijl de dienstgebouwen en de boerderij oorspronkelijk uit de zeventiende en achttiende eeuw stammen. De veel oudere bebouwing in de zuidoosthoek en een poortgebouwtje ter plaatse van de brug naar de hoofdburcht waren vóór 1732 al verdwenen. In de loop van de negentiende eeuw werden ook de dienstgebouwen, die mettertijd als boerderij waren gaan functioneren, ingrijpend vernieuwd en witgepleisterd, wat tevens gepaard ging met een verlaging met één verdieping. Op vallend is dat het kasteel met toebehoren sinds de vroegste bekende eigenaar, Willem van Doornenburg, die zich naar zijn andere bezittingen ook Willem van Doornick noemde, tot het jaar 1936 steeds door erfopvolging in andere handen is overgegaan. In dat jaar kocht dr. J.H. van Heek (1873-1957), telg uit een welgesteld Oost-Nederlands geslacht van textielfabrikanten, de Doornenburg van de laatste eigenaar, A.E.C.C. baron van der Heijden, en schonk haar aan de kort daarvoor door hem opgerichte Stichting tot Behoud van den Doornenburg. Zo weinig spectaculair de geschiedenis van het kasteel vóór de overdracht aan de stichting is, het heeft nooit een rol van betekenis in de landelijke politiek gespeeld, het is nooit ernstig belegerd, er heeft niemand van naam vertoefd, zo opzienbarend zijn de lotgevallen van de burcht sindsdien. Omdat de laatste eigenaar, de familie Van der Heijden, de Doornenburg nooit als residentie gebruikt heeft, verviel het kasteel na de dood in 1847 van de laatste bewoonster, Maria Clara van Bemmel, geboren von Delwig, steeds meer. De eerste lofzangen op de middeleeuwse schoonheid van de burcht dateren van de tweede helft van de negentiende eeuw. In 1903 werd voor het eerst een serieuze poging gedaan het vervallen kasteel in oude luister te herstellen. Daartoe maakte architect W.C.L.A. Scheepens onder andere uitvoerige opmetingsschetsen.Toch duurde het 35 jaar voor de daad bij het woord gevoegd kon worden. Direct na de onderbrenging van het kasteel met 8 hectare grond en rietgang van de Linge in de Stichting tot Behoud van den Doornenburg, op 8 september 1936, begon men met medewerking van het toenmalige Rijksbureau voor de Monumentenzorg en financiële steun van het Rijk en Provincie de voorbereidingen voor de restauratie. Deze startte in 1937 en zou gereedkomen in het tweede oorlogsjaar, op 27 september 1941. De voltooiing van de restauratie, die zich weliswaar richtte op het terugbrengen van het kasteel in zijn laatmiddeleeuwse verschijningsvorm, maar de historische bouwsubstantie zelf desondanks grotendeels intact liet, vond niet onder een gunstig gesternte plaats. Tijdens de Slag om Arnhem, in september 1944, werd de Betuwe frontlinie, en dat bleef zo tot de bevrijding van het noorden des lands in het voorjaar van 1945. Als gevolg daarvan werd de bevolking van de Betuwe geëvacueerd. De meer dan 170 bewoners, meest bejaard, ziek of gewond, van het als tijdelijk Rode-Kruishospitaal ingerichte kasteel moesten hun veilig gewaande toevluchtsoord op 12 oktober 1944 verlaten. Door deze gedwongen afwezigheid van ooggetuigen heeft het lang geduurd, voordat bekend werd wat er met de Doornenburg tussen september en mei 1945 precies gebeurd is. Inmiddels is duidelijk geworden dat de enige belegering die het kasteel in zijn lange geschiedenis gekend heeft, het tevens noodlottig geworden is. Omdat de Duitsers in de eindfase van de Tweede Wereldoorlog een hoofdkwartier hadden ingericht met een permanente observatiepost over de Overbetuwe frontlijn en de Nijmeegse Waalbrug, voerden Britse vliegtuigen luchtaanvallen op de Doornenburg uit. In januari 1945 kreeg de voorburcht enige treffers, waarbij de veestalling en de Langeracktoren zwaar beschadigd werden en de woning geheel uitbrandde. Het enige wat min of meer intact bleef, waren de kapel en de daaraan grenzende grote ontvangstkamer. Op 14 maart 1945 om 15:55 viel de genadeklap voor de hoofdburcht. Een door een Duitse militair bijgehouden dagboek, dat later in de puinhopen werd teruggevonden, breekt abrupt af op 14 maart. Naar later gebleken is, hebben twee Britse vliegtuigbommen van ieder 1000 pond die dag de trotse Doornenburg vrijwel met de grond gelijk gemaakt. De voorburcht werd getroffen door vier bommen wat tot gevolg had dat een zware bres in de oostmuur naast de Langeracktoren geslagen werd. De Duitsers hadden zich tijdig uit de voeten gemaakt maar kwamen tussen 14 en 23 maart terug om het karwei af te maken, het sterke poortgebouw werd opgeblazen zodat de oprukkende geallieerde legers het niet als observatiepost konden gebruiken. Wat er na die zwarte dag van de hoofdburcht nog restte, waren niet meer dan fundamenten met een deel van de kelders, waarvan de gewelven waren ingestort. Bij het zien van de resten van het kasteel bij zijn eerste bezoek op 6 juni 1945 stelde Van Heek de retorische vraag;"zoude er nog ooit iets te maken zijn van en uit deze puinhopen?". Toch werd al spoedig begonnen met de herstelwerkzaamheden. Een noodstalling voor het vee werd ingericht en begon men met het selecteren van nog bruikbare stenen uit de puinhopen. In 1947 werd de uitgebrande woning hersteld en in 1948 en 1949 volgden delen van de weergang met de Langeracktoren en in 1951 werd als kroon op het werk de imposante poort herbouwd. In 1955 kwam toestemming vanuit Den Haag om nu ook de hoofdburcht, zij het gedeeltelijk, weer op te bouwen. Op 20 maart 1958 ging de vlag in top, omdat het hoogste punt bereikt was. In 1959 kwam de ministeriële goedkeuring voor de herbouw van de ontbrekende voorste delen. Eind 1961 kwam het noordoostelijk bouwdeel onder de kap, terwijl in de zomer van 1962 als laatste onderdeel de kap op het noordwestelijk stuk geplaatst kon worden. In 1964 was de Doornenburg weer uit de puinhopen herrezen en op 26 mei 1966 kon tenslotte de algehele voltooiing gevierd worden. Het landgoed dat het kasteel omringt bestaat uit ongeveer 8 hectare land. Het extensieve onderhoud van de omgeving van het kasteel past uitstekend in het landschapsbeeld van weleer. De hoofdburcht is een blokvormig gebouw dat door een brede gracht omgeven is. Van de negen woon- en verblijfruimtes die het gebouw telt, zijn de ridderzaal en de overwelfde kelders heel typerend voor de middeleeuwse architectuur. Met z'n robuuste hoofdburcht en uitgestrekte voorburcht met prachtig poortgebouw is dit dertiende-eeuws kasteel een schoolvoorbeeld van een middeleeuwse vesting. De uitgestrekte voorburcht wordt wel eens de grootste en mooiste middeleeuwse voorburcht van Nederland genoemd. Niet voor niets is de locatie vaak gebruikt bij opnames voor films en televisie, zo vonden hier opnames plaats voor de tv-serie Floris. Het kasteel heeft sinds de laatste restauratie een museale functie met ruime mogelijkheden voor rondleidingen en culturele activiteiten. Van april tot november is het mogelijk om onder begeleiding van een gids het kasteel te bezichtigen. Naast een uitgebreide rondleiding door het hoofdgebouw, is het ook mogelijk een rondleiding te krijgen door een gedeelte van de voorburcht. Belangstellenden kunnen de weergang beklimmen en daarbij de poortkamertjes en de Langeraktoren bekijken. in deze toren bevindt zich een verzameling bodemvondsten en historische wapens. |
| Eigenaar/Bewoners | Stichting tot behoud van den Doornenburg |
| Huidige doeleinden | Het kasteel is ingericht als museum en wordt geëxploiteerd voor congressen, seminars, bedrijfspresentaties, (bruiloft)recepties, besloten diners & party’s en huwelijksvoltrekkingen |
| Toegankelijk | Het kasteel is toegankelijk voor het publiek.(INFO) |
| Foto's | Foto
1
(eigen collectie) Noordoosthoek van het kasteel Foto 2 (eigen collectie) Gezien vanuit het zuiden Foto 3 (eigen collectie) Overzicht op het kasteel vanuit het zuidwesten Foto 4 (eigen collectie) Binnenplaats gezien vanaf de vestingmuur Foto 5 (eigen collectie) Poortgebouw gezien vanaf de vestingmuur Foto 6 (eigen collectie) Kasteel gezien van de vestingmuur Foto 7 (eigen collectie) Het toilet in het poortgebouw Foto 8 (eigen collectie) Het poortgebouw Foto 9 (GE van Diest) Foto 10 (Elco Kroek) |
| Bronnen | Stichting tot behoud van den Doornenburg |