| Geschiedenis |
'Pol, (ouwe en nieuwe) zyn twee Heerenhuisen,
onder het Schoutampt van Voorst, ten Zuydoosten van het dorp Wilp op de
Veluwe, een groot Myl van Deventer, naby aan de westzyde van den
Ysselstroom gelegen. Het eerste is oud en slecht; dog het ander is een
fraay nieuwerwets Gebouw, met een deftige Stalling voor de Paarden, en
met een bekwaam Koetshuis voorzien'.
Uit de tekst blijkt al, dat er oorspronkelijk twee huizen 'De Poll'
waren, die er overigens nu nog zijn. Het tegenwoordige kasteel is
gelegen op een lichte verhoging in het terrein, waar de naam trouwens
ook op duidt. Die naam is af te leiden van het Germaanse woord 'polla',
een uit water opduikende verhevenheid. Een vrijwel gelijke verklaring is
een plekje grond dat iets hoger ligt dan zijn omgeving en gewoonlijk
door sloten of ander water omringd is.
Het tegenwoordige huis werd vroeger ook wel het 'Huis te Gietelo'
genoemd, maar stond naderhand bekend onder de naam 'De Nieuwe Poll'. Dat
woordje 'Nieuwe' was dan ter onderscheiding van 'de Oude Poll', die in
de nabijheid lag. Tegenwoordig is de Oude Poll een boerderij, achter het
tegenwoordige landhuis gelegen, aan de overzijde van de waterpartij. Een
boerderij aan het begin van de oprijlaan gelegen, luistert overigens
naar de naam 'de Hof te Gietelo', hetgeen niet bijdraagt tot
duidelijkheid.
Maar ook de Oude Poll bezit nog een andere naam. Dat huis was vroeger
bekend onder de naam 'de Sallandsche Poll'. De naam zal
hoogstwaarschijnlijk afkomstig zijn van het geslacht Van Sallant. De
bekende wandelende dominee J. Craandijk weet in de vorige eeuw te
vertellen dat het goed in het bezit geweest is van de geslachten
Van Keppel en Van Sallant, maar of eerstgenoemd geslacht ooit eigenaar
is geweest, ligt in het duister. Wel huwde in 1635 een Derck van Keppel
met Theodora van Sallant, maar een eventuele relatie met de Oude Poll
valt niet aan te tonen. Dan is er nog een lezing, die de naam Sallandse
poll wil afleiden van het gewest Salland. De vijver, die tussen de beide
huizen de Poll ligt, is van oorsprong een oude IJsselarm en de Oude Poll
moet dus eens op de oostelijke IJsseloever gelegen hebben. Maar in dat
geval zou dat goed nog altijd in het graafschap Zutphen hebben gelegen
en niet in Salland, zodat dit verhaal gevoegelijk naar het rijk der
fabelen verwezen kan worden.
In 1529 was de Oude Poll eigendom van Walraven van Bair (Baer of Bahr),
die er eigenaar van geworden was door koop van Christina Van Gemen
genaamd Pröbsting, abdis van het klooster Ter Hunnepe bij Deventer.
Waarschijnlijk mogen we in dit goed de Oude Poll zien. In 1539
verkochten Mary van Baeck en haar zoon Conrait de Poll aan Jasper van
Lynden. De lotgevallen van het goed onttrekken zich dan een tijdlang aan
onze waarnemingen; eerst in 1648 is er weer wat over bekend. In dat jaar
wordt Maximiliaan van Renesse genoemd. Hij was gehuwd met Anna van
Sallant tot de Oude Poll en zo weten we, dat in de zeventiende eeuw het
geslacht Van Sallant eigenaar geweest moet zijn. Wijnant Jan van Renesse
wordt eigenaar als erfgenaam van zijn moeder Anna van Sallant en van
zijn grootmoeder Gerbrich van Lynden en in 1693 zal hij zich van zijn
erfgoed ontdoen. Nieuwe eigenaar wordt Ditmar van Wijnbergen, Heer van
De Poll.
Sedertdien zijn beide goederen in één hand gebleven en noemden de
eigenaren zich 'Heer van de beide Pollen'. Het Soerhuys werd in 1705
verkocht aan de eigenaar van het naburige Lathmer. Aangezien de Oude
Poll nadien vervangen werd door een boerderij, wordt de Nieuwe Poll
thans uitsluitend 'de Poll' genoemd.
Zijn van de Oude Poll de allereerste eigenaren niet bekend, met de
Nieuwe Poll is het al niet veel beter gesteld.
Peter van Apeldoren tot Duistervoorde, die in 1523 overleden is, had uit
zijn huwelijk met Andrea Kreynck onder meer een zoon Sweder, die in een
acte uit 1694 genoemd wordt 'Sweder van Apeldorn, op de havesaete
den Poll toe Gietelo, 1555'. Het is niet duidelijk of de Van Apeldoren's
al lang daarvoor eigenaar van de Poll waren, want een andere bron (Van
Rhemen) weet ons te vertellen dat eerst Sweder's zoon Peter het goed
kocht van de familie Van Eck, die het weer van de Van Broeckhuysen's geërfd
zou hebben.
Sweder werd opgevolgd door zijn derde zoon, Peter van Apeldoren, die in
1602 op de Poll woonde en er in 1611 een nieuw bouwhuis liet optrekken.
Hij was gehuwd met Henrica van Herwaerden. In 1626 overleed hij; zijn
echtgenote volgde hem twee jaar later in het graf. Zij hadden drie zoons
en vier dochters. De Poll ging naar de oudste zoon, Sweder of Assueer,
die in 1618 getrouwd was met Anna van Lynden, een telg uit een geslacht
dat in deze buurt gegoed was. Anna was de weduwe van de in 1617
overleden Joseph van Arnhem. Assueer werd in 1619 benoemd tot landdrost
van de Veluwe en tot aan zijn dood in 1645 heeft hij dit ambt bekleed.
Hij maakte in 1636 de Poll tot een Gelders leen en de omschrijving in
het leenregister luidt;"De huysinge ende havesate, genoemt het huys
Gietelo ofte Pol, mette landeriën, daeronder gehoorende ende gebruyckt
wordende,.....'.
Assueer en Anna moeten over ruime financiële middelen hebben beschikt,
want zij breidden de Poll regelmatig uit door allerlei aankopen.
Bovendien had Anna in 1621 al het grootste deel van de goederen van het
huis Sinderen bij Voorst ontvangen als haar aandeel in haar ouderlijke
nalatenschap.
Erfgenaam van de Poll was hun zoon Joseph die in 1646 met het goed
beleend werd. Hij trad in 1649 in het huwelijk met Anna van Haersolte en
na haar dood in 1652 hertrouwde hij met Johanna Sophia Frenck. Zijn
dochter Anna uit zijn eerste huwelijk zou de Poll na zijn dood in 1665
erven en in 1669 werd zij er dan ook mee beleend. Enige maanden daarvoor
was zij in het huwelijk getreden met Ditmar van Wijnbergen, Heer van
Horssen. Hij was het, die de Oude Poll aankocht en met de Nieuwe Poll
verenigde, hij overleed in 1696. Na de dood van zijn moeder in 1693 werd
hun zoon Wolter Joseph met de Poll beleend.
Wolter Joseph stierf in 1722, maar had de Poll al in 1716 overgedragen
aan zijn zoon Ditmar, maar behield het vruchtgebruik aan zich, terwijl
zijn zoon de blote eigendom ontving. Van zijn vader erfde Ditmar in 1722
het Huis te Horssen dat hij nog hetzelfde jaar verkocht. Kennelijk was
de Poll een belangrijkere bezitting, want die behield hij. Hij liet het
goed na aan zijn dochter Woltera Geertruyd, die er in 1741 mee beleend
werd. Woltera Geertruyd van Wijnbergen zoekt haar echtgenoot in haar
moeders familie en treed in 1749 in het huwelijk met Andries
Schimmelpenninck van der Oye. Het jaar daarop werd hun zoon Willem Anne
geboren, die hen zou opvolgen als Heer van de beide Pollen en daar in
1798 mee beleend werd. Daarvoor, in 1778 had hij het kasteel Nijenbeek
bij Voorst, dat aan de Poll grensde, gekocht van Herman Adolf van Nagell
en diens echtgenote Johanna Elisabeth van Dornick. Sinds die tijd zijn
beide landgoederen bijeen gebracht en behoren thans nog steeds bij
elkaar. Tot 1991 zou het met enige onderbrekingen in het bezit blijven
van de familie Schimmelpenninck van der Oye.
Het huis werd door de laatste eigenaren niet of nauwelijks bewoond. In
1950 werd het verhuurd aan de Vereniging 'Het Hoogeland', die het huis
in gebruik nam als tehuis voor bedlegerige en hulpbehoevende verpleegden
van de vereniging. Deze functie heeft het niet meer; de verpleegden zijn
reeds jaren geleden vertrokken en lieten het huis leeg staan. Langzaam
en zeker kwam het huis in verval. In de Tweede Wereldoorlog diende het
huis tot onderkomen van een psychiatrische inrichting.
Huidige eigenaar is Barones Van Lynden, zij erfde het kasteel in
1991 van Baron Schimmelpenninck van der Oye, voormalig Commissaris der
Koningin in Utrecht. Zij liet het huis enige jaren geleden restaureren
zodat het nu weer in alle glorie in een schitterend fraai parklandschap
gesitueerd is.
|