Groot-Kell (Angerlo)
Op deze pagina vindt u
informatie over Groot-Kell.
| Ligging | Aan de buitenrand van Angerlo, aan de weg richting Bingerden. |
| Ontstaan | |
| Geschiedenis |
Zoals bij zovele andere landgoederen treffen
we ook hier twee huizen Kell aan. Eerst zien we links een negentiende-eeuwse boerderij met een muurbrok ervoor en vervolgens daarnaast een vrij
modern huis. De eerste heet Groot-Kell; de andere Oud-Kell, maar dat
laatste huis komt hier niet aan de orde. Leden van het geslacht Kell komen al vroeg voor en een verband met het kasteel is wel aan te nemen, maar niet bewijsbaar. In 1288 is sprake van Gerard, genaamd Momm van Didam, die ook als "Her Geraert van Kelre" voor komt. Zijn zoon Johan (Momm) de Rode van Kell wordt stamvader van de Keller linie van het geslacht. In 1399 wordt Kell bij een erfdeling gesplitst, waarbij Johan Momm van Kell het goed Groot-Kell ontving, terwijl Oud-Kell naar zijn broer Hendrik ging. Johan Momm is de laatste van zijn geslacht die Groot-Kell zal bezitten. In de strijd tussen Gelre en Bourgondië werd het kasteel in 1495 verwoest door de troepen van graaf Jan van Egmond van Bahr. Johan liet het herbouwen en overleed in 1501. In dat jaar zijn zowel Warnerus Elferdinck als de stad Doetinchem beleend als verwinhebber, wat we mogelijk dienen op te vatten als hypotheekhouder. Uiteindelijk ging Groot-Kell naar Johan's kleinzoon Claes Tengnagell, gehuwd met Bata van Broeckhuysen. Hun zoon Joost laat het goed omstreeks 1540 na aan zijn moeder, die het op haar beurt laat vererven op Willem van Broeckhuysen, zoon van haar broer. Diens zoon Michel zal het goed nogal zwaar belasten ten gunste van Anthonis van Doorninck. Weliswaar wordt Michel's zoon Emanuel in 1622 beleend, maar Van Doorninck transporteert in datzelfde jaar zijn rechten op Eggerik van Baer. Deze, die dan kennelijk de volle eigendom van Groot-Kell bezit, draagt dat goed over aan Jacob Schimmelpenninck van der Oye tot den Engelenburg, die er in 1647 mee beleend wordt. Of er toen nog een kasteel aanwezig was, is twijfelachtig. Mogelijk is het verwoest in de Tachtigjarige Oorlog en stond er niet veel meer dan een boerderij. In ieder geval zetelden de eigenaren niet hier, maar op de Engelenburg te Brummen. Na de dood van de kinderloze Alexander Schimmelpenninck van der Oye in 1694 ging zijn bezit, waaronder Groot-Kell, naar zijn zuster Johanna, gehuwd met Henrick Reyner van Laer en via hun kleindochter Henriette Anna Elisabeth Agatha Walrave van Laer ging Groot-Kell naar de Van Heeckeren's van Ruurlo, die zich naar dit goed Van Heeckeren van Kell gingen noemen. In 1847 vererfde Ruurlo en Groot-Kell op Willem baron van Heeckeren, die in 1866 van zijn moeder, Geertruida Sara van Pabst het kasteel Bingerden bij Angerlo zou erven. Bij dat landgoed behoorde sedert 1791 het goed Oud-Kell, toen Johan Maurits van Pabst dit kocht van Judocus Henricus Anthonius Adrianus Josephus Joannes van der Heyden van Baak. Zo zijn beide goederen weer in één hand geraakt, sinds zij in 1399 van elkaar gescheiden werden. Groot-Kell kent thans drie eigenaren. De landerijen, evenals die van Oud-Kell, behoren tot het landgoed Bingerden; de opstallen werden in 1976 aan de vroegere pachter Rietveld verkocht en eigenaar van de ruïne is thans Johan Derk Carel baron van Heeckeren van Kell. De ruïne heet een overblijfsel te zijn van het oude kasteel. |
| Eigenaar/Bewoners | Eigenaar van de ruïne is thans Johan Derk Carel baron van Heeckeren van Kell |
| Huidige doeleinden | Ruïne |
| Toegankelijk | De ruïne is te bezichtigen vanaf de openbare weg. |
| Foto's | |
| Bronnen | Jan Harenberg -
"Eens bolwerk van de adel, kastelen en landhuizen in de
Achterhoek en Liemers" |