Hagen / De Kelder (Doetinchem)

Op deze pagina vindt u informatie over Hagen.

Ligging Ten noordwesten van Doetinchem, rechts van de weg Doetinchem richting Zutphen.
Ontstaan
Geschiedenis Over dit goed is vrij weinig bekend en dat geldt vooral voor de oudste geschiedenis. De reden is ondermeer dat het eerst in 1662 door de eigenaren als leen aan de Staten van Gelderland werd opgedragen, zodat oudere gegevens niet in het register zijn na te slaan.
Het huis is bekend onder twee namen, en het zal altijd wel de vraag blijven, welke de oudste is. Mogelijk was het huis een der eerste met een kelder in deze omgeving, maar waarschijnlijker is dat de naam afgeleid is van het Angelsaksische woord 'keld', dat bron betekent en een bron behoorde nu eenmaal tot de allereerst levensbehoeften. 'Hagen' kan afgeleid zijn van het Germaanse woord 'hagana', dat bosje of omheining betekent.
Een andere mogelijkheid is, dat het goed genoemd is naar het Doetinchemse geslacht Van Haegen. Leden van dat geslacht worden vanaf 1484 meermalen genoemd en het kan heel goed mogelijk zijn dat zij hier hebben gewoond, maar zekerheid is er niet.
De oudste met zekerheid bekende eigenares van het goed is Margaretha van Eversdijck, vrouwe van Haegen, die in het huwelijk trad met Frederick van Voorst, of zoals hij voluit heette: van Heeckeren genaamd Rechteren geheten Voorst. Hij was de vierde zoon van de eigenaar van Enghuizen bij Hummelo.
Hagen vererfde op hun zoon Antonie van Voorst, die in 1603 huwde met Maria Margaretha Schenck van Nideggen, uit welk huwelijk een zoon en twee dochters geboren werden.
In 1631 overvielen 60 gewapende Doetinchemse burgers onder aanvoering van de magistraat het huis, aangezien Antonie's schoonzoon Johan Bentinck, gehuwd met de jongste dochter Anna Margaretha, een onder Hagen jagende Doetinchemse burger de hoenderzak had laten afnemen.
Frederica, de oudste dochter, huwde Ernst van Dunnewolt, heer van de Nevelhorst bij Didam. Ernst stond bekend als een notoire ruziezoeker en zo moest hij het beleven dat hij op zijn huis Nevelhorst bezoek kreeg van een oude vriend, Herman Caeltgens, aan wie hij nog geld schuldig was, en die bovendien nog een vechtpartij had te vereffenen, waarin hij het onderspit had moeten delven. Caeltgens schoot hem door het been en liet hem door zijn knechten zo mishandelen, dat van Dunnewolt later is bezweken aan de gevolgen.
Antonie erfde Hagen. Hij overleed echter ongehuwd in 1636, zodat Hagen op zijn beide zusters vererfde. Frederica verkoopt in 1651 haar aandeel in het bezit aan Henrick Boshoff, die later van de erfgenamen van Anna Margaretha de andere helft koopt. Die erven waren Hendrik Frederik Bentinck, die ook eigenaar is geweest van Barlham en Kemnade, en diens zuster Antoinetta Margarita.
Hendrik Boshoff, die in 1637 van zijn vader de havezathe Suideras bij Vierakker had geërfd, was gehuwd met Margaretha van Leefdael. Enige dagen na de laatste aankoop omstreeks 1660 droegen zij Hagen over aan hun zoon Hendrik Jan, terwijl zij in 1661 Suideras op naam van hun zoon Coenraet Jacob lieten zetten. Waartoe dit gegoochel?
Wel, de financiële positie van het echtpaar Boshoff-van Leefdael was weinig rooskleurig en mogelijk zagen zij in de overdrachten de enige mogelijkheid om deze goederen voor de familie te behouden, omdat er zo geen beslag op gelegd kon worden door hun schuldeisers. Het heeft allemaal niet mogen baten. Coenraet Jacob biedt het Suideras per aanplakbiljet te koop aan en ook Hendrik Jan zal zijn bezit hebben moeten verkopen, want op 19 september 1662 blijkt eigenares te zijn Elsabe Margaretha van Baer, weduwe van Hans Christiaan van der Schuyren en zij draagt Hagen in leen op aan de Staten van Gelderland. Eerst dan is het goed van een allodiaal goed een leen geworden, dat omschreven wordt als: 'het huys ende havesaete Haegen, buyrschap Langerack, met de huysen, hoven, bouwhuysen...........'.
Elsabe Margaretha draagt Hagen op aan haar zoon Frederick van en tot der Schuyren, die er in 1662 mee beleend wordt. Hij zal ongehuwd gebleven zijn, want hij laat het goed in 1680 na aan zijn zuster Judith Ermgart, sedert 1660 echtgenote van Frederick van der Capellen tot den Boedelhoff. Die dragen het in 1687 op aan hun zoon Alexander, heer van Hagen, Boedelhoff (bij Eefde) en 
's Heer Aartsbergen. Alexander, eveneens ongehuwd gebleven, laat het goed na aan zijn broer Hans Christoffel, die er in 1712 mee wordt beleend. Zijn zoon Jasper Gerrit wordt in 1733 eigenaar en na zijn kinderloos overlijden laat die Hagen na aan zijn broer Frederick Jacob Derk, die in 1748 beleend wordt. Na zijn dood in 1784, wordt zijn dochter Anna Elisabeth in 1788 met Hagen beleend.
Anna was in 1785 in het huwelijk getreden met Rudolf Christiaan van Rechteren, heer van Westerveld, Wittenstein, Gerestein en Tull en 't Waal. Zij overleed in 1839; hij was haar reeds voorgegaan in 1812.
Aangezien in de Franse tijd het leenstelsel afgeschaft is, valt niet na te gaan hoe Hagen in het begin van de negentiende eeuw aan de van Pallandt's van Keppel gekomen is. Eigenaar is dan mr. Frederik Willem Floris Theodorus baron van Pallandt, heer van Keppel, Voorst, Barlham en Hagen en mogelijk heeft hij Hagen gekocht van de erven van het echtpaar Van Rechteren-van der Capellen.
Hagen komt na zijn dood in 1853 in het bezit van zijn zoon Adolf Werner Carel Willem. Hij laat op zijn beurt in 1874 Hagen na aan zijn zoon Floris.
Floris overleed in 1901 en Hagen vererfde op zijn dochter Henriëtte Jeanne Adelaïde, die in 1884 gehuwd was met jhr. Vincent Johan Gerard Beelaerts van Blokland en na haar dood in 1953 komt het goed aan haar zoon Vincent Pieter Adriaan, echtgenoot van jkvr. Françoise Anna Maria Beelaerts van Blokland.
Het landgoed behoorde vanaf 1920 aan zijn weduwe en kinderen, die in 1973 het grootste deel van het landgoed, ruim 125 hectare, verkopen aan de Stichting 'Het Geldersch Landschap'. De jongste zoon behoudt het huis met omliggend terrein en de boerderij 'Klein Hagen'.

Het is een onuitroeibaar verhaal dat Hagen een overblijfsel zou zijn van het klooster 'Sion', dat in de nabijheid heeft gelegen, maar dat in de troebelen van de Tachtigjarige Oorlog verdween. Blijkens de tekening van H. de Winter ''t Huys Killer' moet het huis in 1656 zijn afgebrand. Het thans nog bestaande huis kan nog uit de vijftiende eeuw dateren, maar het afgebrande huis is dan maar gedeeltelijk herbouwd. Slechts het voorste deel is hersteld en het achterhuis moet dan zijn afgebroken. Toch moet het in de bedoeling hebben gelegen om het huis te vergroten, want de huidige achtergevel is bijzonder slordig gemetseld, vrijwel raamloos en het gebouw vertoont op drie plaatsen uittandingen, die er op wijzen dat daar de aansluiting van het nieuwe metselwerk diende te komen. In de negentiende eeuw is de voorgevel gemoderniseerd en ontving een viertal empire schuiframen. In december 1934, toen het huis in gebruik was als padvinderstroephuis, is het voor een groot deel uitgebrand. De eigenaresse wilde het gebouw alleen water- en winddicht maken, maar op verzoek van C.Misset jr. te Doetinchem werd het huis zoveel mogelijk in de oude staat hersteld naar plannen van de architect N. de Wolf. De meerkosten die gemaakt werden voor de herstelling van het huis nam de heer Misset op zich. De heer Misset kreeg na restauratie en tegen een huurprijs van fl. 100,- per jaar de beschikking over het huis. Lange jaren was er het museum van Doetinchem in gevestigd
Bij de restauratie zijn de vensters met de zandstenen kruisen nieuw gemaakt en het bordes voor de voordeur werd in een geheel andere vorm herbouwd, met een dienstingang eronder. De zijgevels zijn beter in de oude staat gebleven en de zich daarin bevindende vensters zijnin hoofdzaak oud. Boven de kelders bezit het huis slechts één verdieping, die uit één grote zaal bestaat. Links van het huis staat een in 1985 gereconstrueerde vakwerkschuur, ter vervanging van de vorige, die ingestort was, en rechts een aardig negentiende-eeuws huis. 'Het Pallandtje' genaamd.
Eigenaar/Bewoners Jonkheer Floris François Anne Beelaerts van Blokland.
Huidige doeleinden Het huis wordt verhuurd voor feesten, partijen en trouwerijen. (INFO)
Toegankelijk Landgoed toegankelijk, huis en directe omgeving zijn niet toegankelijk voor het publiek.
Foto's Foto 1 (eigen collectie) voorzijde huis
Foto 2 (eigen collectie)
Foto 3 (eigen collectie)
Foto 4 (Jhr.F.F.A. Beelaerts van Blokland) Het afgebrande huis in 1656
Bronnen Jan Harenberg - "Eens bolwerk van de adel, kastelen en landhuizen in de Achterhoek en Liemers"
Jan Harenberg - "Kastelen in Oost-Gelderland"