| Geschiedenis |
n 1380 werd door Mechteld van Gelre, hertoginweduwe van Kleef, het huis Babberich,
ook Halsaf genaamd, overgedragen aan Ernst Momm. Het moet het riddergoed
onder Zevenaar zijn, dat door Mechteld's echtgenoot in 1363 als leen
gegeven werd aan Hendrick Momme, vader van Ernst. De beide heren Momm
zijn de oudst bekende eigenaren en het is onbekend, wie er vóór hen hebben gewoond. Het geslacht Babberich, dat in de vijftiende
eeuw voorkomt, ontleende vermoedelijk de naam aan het Hof te Babberich,
later in het bezit van de Van Camphuysen's.
De Momm's komen tot 1569 voor op het goed, dan verschijnt het geslacht
Van Zeller, dat in de Tachtigjarige Oorlog meemaakt dat het huis door
Prins Maurits als blokhuis in diens defensielinie tegen de Spanjaarden
gebruikt wordt. Het huis zal nogal wat schade opgelopen hebben en Reiner
van Zeller moet het huis het laatgotische uiterlijk gegeven hebben dat
een prent uit 1745 ons toont.
Door vererving gaat Babberich omstreeks 1650 over op de familie
Foppinga, die met de lusten ook een grote hoeveelheid lasten meekrijgt.
Gijsberta Anna van Zeller, weduwe Foppinga, moest delen met Aleida Maria
van Zeller, echtgenote van Diederick van Hoevelick, alsmede met de
kinderen, gelijk acten van 1667 en 1670 aantonen.
Uiteindelijk werd Babberich verkocht aan Diederick van Hoevelick, die
het liet vererven op zijn zoon Gijsbert. Die trouwde vrij laat met de
veel jongere Eva Maria van Lombeck en zij kregen in 1704 een dochter
Johanna Lucretia Catharina. De familie, die zich een erfenis zag
ontgaan, vocht met alle middelen het huwelijk aan en omdat Gijsbert
geestelijk onvolwaardig was, werd gepoogd om hem incompetent te laten
verklaren. Zijn dochter was kennelijk een goede partij, want een graaf
Van Berlo slaagde er bijna in, haar te schaken, maar uiteindelijk trad
zij in het huwelijk met een baron Van Rohe. Vanaf 1731 waren zij
eigenaar.
Ook zij slaagden er niet in om de moeilijkheden te overwinnen en de
steeds hogere schuldenberg noodzaakte hen om Halsaf in 1759 van de hand
te doen.
"Geheimrat" van Diest, de volgende eigenaar, liet het goed met
de schulden na en zijn erven konden het onderling niet eens worden, noch
zich de talrijke schuldeisers van het lijf houden en het geheel eindigde
met een gerechtelijke beslaglegging en een publieke verkoop in 1784.
Ver beneden de geschatte verkoopprijs van fl. 27000,- werd Babberich
gekocht door Palick Jurriaan van Heerde van Camphuysen, die optrad als
stroman voor Johan Philip de Nerée, die vanaf 1785 de werkelijke
eigenaar was. Het huis met bijbehorende landgoed behoorde tot 1999 toe
aan de familie De Nerée tot Babberich. Wie de huidige eigenaar is is
ons onbekend.
Het huis zal mede door de vele schulden van de diverse eigenaren in een
slechte staat van onderhoud verkeerd hebben. Johan Philip de Nerée
verbouwde het tot het huidige huis.Rechts van het huis werd omstreeks 1850 een duiventoren gebouwd van
baksteen en afgewerkt met een witte pleisterlaag. De duiventoren is in
twee verdiepingen verdeeld: de benedenverdieping is geleed door
rondboegen en hoekpilasters. In één van de rondbogen bevindt zich een
deur: hier was oorspronkelijk een deur. De bekroning van het torentje
van het huis en het dak van de duiventoren worden gevormd door het wapen
van de familie De Nerée tot Babberich, een meerman die een sabel met
een vergulde kling boven zijn hoofd houdt.
Het huis te Babberich is meer bekend onder de naam Halsaf en deze
naam zou ontleend zijn aan een legende: een dienstmaagd die op het huis
moest passen, merkte op een avond dat er ongewenste bezoekers door een
opening in de muur probeerden binnen te dringen. Zij stelde zich met een
zwaard op naast deze opening en maakte achter elkaar zes rovers een
kopje kleiner. De zevende rover vluchtte. Later werd de dienstmaagd
uitgenodigd door een schone jongeling voor een rit per koets over de
heide van Babberich. Tijdens een windvlaag verloor deze jongen zijn
pruik, waardoor de dienstmaagd hem als de rover herkende en hem voor de
wielen van de koets gooide. Nog steeds verhaalt de volksmond dat de meid
van Halsaf waakt over de bewoners en de bezittingen van het kasteel.
|