Huis Van de Kasteele (Zutphen)

Op deze pagina vindt u informatie over Huis van de Kasteele.

Ligging In het centrum van Zutphen tegenover de Walburg kerk op het 's-Gravenhof
Ontstaan Een vermelding van het gebouw komen we tegen in 1567 als namens Koning Philips II van Spanje het huis wordt afgestaan aan het Zutphense Burgerweeshuis, ook wel genoemd "het Rijke Weeshuis'.
Geschiedenis Het huis is gebouwd op oudere fundamenten van een vroeger paleis dat behoorde aan de graven van Zutphen daterend uit de tweede helft van de elfde eeuw. Bij archeologisch onderzoek in 1995 is vastgesteld dat het gebouw een lengte had van 35 meter, 10 meter breed en twee uitbouwen had aan de noordzijde. De begane grond van het paleis, ook wel 'palts' genoemd, was verdeeld in een vijftal ruimten. Op de verdieping was een grote representatieve zaal waar machtige dynasten van het Zutphense huis hun gasten ontvingen, feesten gaven, vergaderden en recht spraken. De uitbouw aan de westzijde had een onbekende functie. De  35 meter lange front aan de zuidzijde was voorzien van Romaanse vensterarcades.
In 1567 was het huis zeer vervallen en diende toen alleen nog maar als opslagplaats. Waarschijnlijk was het vroeger het ammunitoehuis van Gravenhof geweest. De koning verbond aan de schenking de voorwaarde, dat het huis alleen ten behoeve van de wezen mocht worden gebruikt, dat er jaarlijks veertien stuivers voor zouden worden betaald, en dat de kalk, in het huis nog aanwezig, ter beschikking van de vorst zou blijven. Het gebouw werd gerestaureerd en is al spoedig het hoofdgebouw van de stichting geworden. Bijna een eeuw lang bleef het weeshuis in dit pand gevestigd. In 1663 gaven de weesmeesters (provisoren van het weeshuis) te kennen dat het pand door het toenemend aantal kinderen te klein geworden was. Daar er voor uitbreiding geen geld was trok het weeshuis in een ander pand en werd nog in december van dat jaar het huis verkocht voor 6750 gulden aan Gerhardt Bernardt von Pelnitz, heer tot Asbach enz., ritmeester in dienst van de verenigde provinciën, en zijn echtgenote Heleonora van Nassau, een onwettige dochter van Prins Maurits uit diens verbintenis met Deliana de Backer, dochter van een advocaat bij het Hof van Holland. Het een en ander zal nog wel de nodige nasleep gehad hebben daar de overdracht pas in oktober 1964 plaats vond.
Of Von Pelnitz en zijn vrouw het huis op het 's-Gravenhof zelf bewoont hebben is niet bekend, maar het is niet onwaarschijnlijk. Wel trachten zij het huis in 1665 weer van de hand te doen aan Jacob Schimmelpenninck van der Oye. Maar naar later blijkt is de koop niet doorgegaan of hebben de verkopers naderhand hun eigendom teruggenomen.
In 1679 overlijdt Von Pelnitz in Berlijn en besluit zijn weduwe, die in Berlijn was blijven wonen, het huis aan het 's-Gravenhof in 1685 te verkopen aan Enno Matthias ten Broeck, burgemeester van Zutphen van 1674 tot 1685, en zijn vrouw Helena de le Pool (of Lespaul). Van hen vererfde het huis op hun dochter Maria Helena te Broeck, die in 1709 gehuwd was met Adriaan Balthasar Valck, eveneens burgemeester van Zutphen in de jaren 1700-1730.
Hun dochter Susanna Johanna Everdina, huwde op 19 december 1724 (zij was toen nog geen 14 jaar oud!) met Ludolf Henrick Silvius van Heeckeren, heer tot Waliën, Kemnade en Kamperbeeck, burgemeester van Groenlo en gecommitteerde ter Staten Generaal. Zij erfde als enig kind het huis en haar echtgenoot liet het in 1733 vergroten en verbouwen, waarbij het uiterlijk de gedaante kreeg die het nu nog heeft. Bij deze verbouwing werd tevens de "balustrade" voor de tuin geplaatst bestaande uit het fraai gesmede ijzeren hek met de zandstenen pilaren en siervazen. 
Een zoon van het echtpaar Van Heeckeren-Valck, Evert Ludolf Van Heeckeren tot Waliën, burgemeester van Zutphen, bewoonde nog jaren de voorvaderlijke behuizing. In 1774 besluiten Evert Ludolf en zijn echtgenote Margaretha Reinira van Haeften het pand te verkopen voor de enorme som van fl. 21.000,= aan Andreas Everhard van Baam Houckgeest en diens vrouw Catharina Geertruid van Reede van Oudsthoorn. Daar zij meer in Doornspijk verblijven verkopen zij in 1778 het huis voor fl.18.900,= aan Mr.Maurits Derk van Löben Sels, ontvanger der belastingen en lid van de rechtbank van Zutphen, gehuwd met Catharina Zwanida Wilbrenninck. Na zijn dood in 1891 verkochten zijn kinderen het huis in 1831 voor fl.10.410,= aan de houtkoper Jan Derk Langenberg en zijn vrouw Johanna Maria Adriana van Knuth. Het huis op het 's-Gravenhof vererfde op zijn dochter Adriana J.W.Langenberg, gehuwd met 
N.Th.J. van de Kasteele, eveneens houthandelaar. De heer van de Kasteele overleed in 1888; zijn ongetrouwde dochter Mej. J.M. van de Kasteele bleef het huis bewonen. Haar zuster, mevrouw A.G. Gelderman - Van de Kasteele, vestigde zich er eveneens na de dood van haar echtgenoot. Als langstlevende van de beide zusters legateerde zij het huis aan het Gebroeders Bakker's Weeshuis. Hierdoor zou het weer de bestemming krijgen waarmee het in 1567 is begonnen. Echter na haar dood in 1929 werd het legaat door de regenten van het weeshuis niet aanvaard wegens de hoge kosten die uit het onderhoud en de noodzakelijke verbouwing van het pand zouden voortvloeien.
Daarop werd het huis, onder voorwaarden ter bescherming van het monumentale karakter, aan de vereniging "Pro Senectuto" en door het bestuur van deze instelling aanvaard. De twee vleugels aan weerzijden van de tuin werden verbouwd tot woonruimten; het hoofdgebouw onderging enkele noodzakelijke wijzigingen in de indelingen. Hierbij werden zorgvuldig het achttiende-eeuwse behang, met landschappen beschilderd, in de conferentiezaal (de vroegere salon) en het schoorsteenstuk in dat vertrek, vervaardigd in 1667 door de Zutphense Schilder Johannes Leussinck, en derhalve daterend uit de jaren van Heleonora van Nassau en haar echtgenoot, gespaard.
De vereniging "Pro Senectuto" moest wegens veranderende eisen betreffende de bejaardenzorg in 1975 het huis sluiten. Daarop kon de Stichting Wijnhuisfonds, die de monumentenbescherming ten doel heeft, de gebouwen verwerven. Uit een oogpunt van veiligheid werd het huis gedurende de winter van 1975/1976 bewoond en verwarmd gehouden.
Het huis werd in 1976 verhuurd aan het Ministerie van Justitie en is thans het tehuis voor het Opleidings - en Studiecentrum van de rechtelijke macht. Door de  Rijksgebouwendienst werden diverse werkzaamheden verricht tot aanpassing aan de nieuw eisen. De salon met het geschilderde behangdoek kreeg de bestemming van conversatiezaal. De twee naast de conversatiezaal gelegen vertrekken werden verenigd tot één vertrek. Deze zaal deed dienst als cursus en vergaderruimte. De bovenkamers van het hoofdgebouw werden betrokken door de administratie en de staf. De beide vleugels bevatten slaapruimten voor cursisten.
Sinds 1996 is het Museumhotel gevestigd in Huize van de Kasteele. Hier is een stevige restauratie aan vooraf gegaan en zijn vele dingen uit het verleden letterlijk naar boven gekomen, deze voorwerpen staan uitgestald in vitrines door het hotel verspreid.
Eigenaar/Bewoners Stichting Wijnhuisfonds
Huidige doeleinden Museumhotel (INFO)
Toegankelijk Het hotel is toegankelijk alleen voor bezoekers van het hotel.
Foto's Foto 1 (eigen collectie) Voorzijde gezien vanaf het 'S-Gravenhof (2001)
Bronnen Rijksgebouwendienst - "Des Graven Hof"
Best Western Zutphen Museumhotel