Kernhem (Ede)
Op deze pagina vindt u
informatie over Kernhem.
| Ligging | Aan de noordrand van Ede. |
| Ontstaan | Een eerste vermelding vinden we in de leenaktenboeken van 1426, het huis werd echter al in 1410 gebouwd. |
| Geschiedenis | Aan
de groene noordrand van Ede ligt enigszins verscholen tussen de bomen en
bosschages een weinig opvallend vierkant huis dat zo rond 1800 gebouwd
moet zijn. Toch gaat de geschiedenis van huis en goed Kernhem veel
verder terug. “Dat huys tot Kernhem met den tween kempken voor den selven huyse gelegen, met den goeden geheiten Doesborch ende Kreyel, met den thienden groot ende smal, daerto gehorende, alle pachte ende jaergulde, een hoeve holts, in Ederholt gelegen, voort allen sijnen tobehoren, nyet uutgescheiden, woe ofte waer dat op Veluwen, in den kerspel van Ede, gelegen is, in natten ofte in drogen, allet vrij van thins, thiend ende allen ongelde”. Aldus de eerste vermelding in 1426 in de leenaktenboeken van Gelre en Zutphen. Kernhem werd echter al in 1410 in opdracht van hertog Reinald IV als versterkt huis gebouwd. Vermoedelijk werd dit hertogelijke hofgoed van versterkingen voorzien in verband met de nabij van de grens met het Sticht Utrecht. Dit was geen overbodige luxe want de hertogen van Gelre en de bisschoppen van Utrecht vielen geregeld elkaars gebieden binnen om deze te plunderen en verwoesten. Na zestien jaar slotvoogden te hebben gehad wordt in 1426 Udo die Boese door hertog Arnold met het huis beleend. Dan volgt een periode van ruim 100 jaar waarin Kernhem steeds van eigenaar verandert om vervolgens in 1543 in het roemruchte Veluws riddermatige geslacht Van Arnhem terecht te komen. Vier generaties lang blijft het huis in bezit van deze familie. De laatste van de lijn, Margaretha van Arnhem laat Kernhem in 1651 na aan haar aangehuwde neef Jacob van Wassenaer-Obdam. Overigens zou het geslacht Van Arnhem in 1716 met de dood van Johan van Arnhem van Rosendael, landdrost van Veluwe en gunsteling van koning-stadhouder Willem III, geheel uitsterven. De Hollandse edelman Van Wassenaer zal niet veel op zijn Gelderse bezit verbleven hebben. Hij doorliep namelijk een carrière in de Staatse vloot en bracht tot admiraal. Als zodanig sneuvelde hij in 1665 in de zeeslag bij Lowestoft tijdens de Tweede Engelse Oorlog. Een jaar later werd zijn 21-jarige zoon, eveneens Jacob geheten, met het huis beleend. Ook deze Van Wassenaer volgde aanvankelijk in militaire loopbaan, maar dan bij het Staatse leger. Als luitenant-generaal van de cavalerie nam hij deel aan de eerste schermutselingen van de Spaanse Successieoorlog. Tijdens de slag bij Ekeren in de zomer van 1703 ontvluchtte hij het slagveld, waarna hij op non-actief werd gesteld. Hijzelf hield vol dat hij het strijdperk had verlaten omdat zijn paard op hol sloeg. In 1704 werd hij door de Staten van Holland onschuldig verklaard. Zijn militaire carrière heeft hij daarna niettemin nooit meer hervat. Jacob, inmiddels verheven tot des Heiligen Roomsen Rijksgraaf, overleed in 1714. Leenvolger op Kernhem werd zijn oudste zoon Johan Hendrik van Wassenaer-Obdam, die in 1735 kinderloos overleed. Zijn erfgenaam is zijn jongere broer Unico Wilhelm van Wassenaer, des Heiligen Roomsen Rijksgraaf, baanderheer van Wassenaer, heer van Obdam, Hensbroek, Spierdijk, Wogmeer, Zuidwijk, Twickel en Kernhem. Hij is waarschijnlijk tegenwoordig de meest bekende bezitter van het huis. Hij zal weinig op Kernhem verbleven hebben, want hij woonde meestentijds op Twickel bij Delden of in de bijzonder fraaie pied à terre (lees: stadspaleis) van de familie Van Wassenaer aan de Haagse Kneuterdijk (waarin tegenwoordig de Raad van State is gevestigd). Niet door zijn bestuurlijke en diplomatieke bezigheden, noch door het feit dat hij het tot landscommandeur van de Balije van Utrecht van de Duitse Orde bracht, grote successen voor een edelman van zijn tijd, is hij nu nog bekend. Unico Wilhelm was een niet onverdienstelijk musicus en dilettantcomponist. Hij liet zich met pijn en moeite overhalen om een paar van zijn werken, de zogenaamd ‘VI Concerti Armonici’, uit te geven. Dit gebeurde evenwel anoniem, want het was voor een edelman ‘not done’ om je naam onder je werk te zetten. Pas in 1980 kwam de Nederlandse musicoloog Albert Dunning erachter dat Van Wassenaer de componist van deze werken was. Elf jaar later trof men in een Duitse bibliotheek nog drie blokfluitsonates van zijn hand aan. Verder zijn er tot op heden geen werken van hem ontdekt. Of de muziek ooit op Kernhem heeft geklonken is niet bekend. Na de dood van de muzikale edelman blijft Kernhem nog drie generaties in bezit van het geslacht Van Wassenaer. Onder Unico Wilhelms kleinzoon, Jacob Unico Willem, werd het inmiddels bouwvallige huis in 1802/1803 afgebroken en vervangen door een weinig opvallend vierkant huis in classistische stijl, geheel opgetrokken uit baksteen en voorzien van een omlopend schilddak met hoekschoorstenen. De gracht werd toen eveneens gedempt. Kernhem werd toen eigenlijk al nauwelijks meer door de Van Wassenaers gebruikt en zeker sinds het einde van de achttiende eeuw verhuurd. Van 1818 tot 1832 was er de toentertijd bekende jongenskostschool van mevrouw A.M. Moens gevestigd. Met de dood van Maria Cornelia van Wassenaer in 1850 ging Kernhem na 200 jaar weer in andere handen over; de tak Obdam van het roemruchte geslacht Van Wassenaer was niet meer. Erfgenaam werd Maria Cornelia’s echtgenoot Jacob Derk Carel van Heeckeren. Diens dochter en erfgenaam van Kernhem, naar haar moeder Maria Cornelia genoemd, huwde in 1877 met Wilhelm Carl Philip Otto Graaf von Bentinck und Waldeck-Limpurg (ook wel Aldenburg Bentinck genaamd), waardoor het huis in deze familie terechtkwam. Hun oudste kleindochter Sophie Mechtild Marie gravin Aldenburg Bentinck, een tijdlang gehuwd met, doch later gescheiden van Enrico Maria Antonio Bonifacio Graaf Gaetani dell’Aquilla d’Aragona, schonk huis en landgoed Kernhem uiteindelijk in 1970 aan de gemeente Ede, de huidige eigenaar. De gemeente gebruikt het huis onder andere voor huwelijksvoltrekkingen. Bedenkelijk zijn de plannen van het plaatselijk bestuur voor delen van het landgoed. Op de westelijke randen werd reeds de nieuwbouwwijk Kernhem gebouwd. Andere bouwplannen moesten op last van de Raad van State worden stopgezet, omdat de gemeente geen deugdelijke milieurapportage had opgemaakt. Tegenstanders van nieuwbouw zijn bang dat door drainage voor de nieuwe wijken het landgoed zal verdrogen. Te hopen valt dat gezond verstand in deze zal zegevieren. Op die manier kan iedereen nog lang van huis en landgoed genieten, zeker nu het door artikelen in de Volkskrant en het ANWB-blad Kampioen en zelfs door een Suske en Wiske-album, nr. 227 ‘Het Witte Wief’ (losjes gebaseerd op plaatselijke sagen en legenden), landelijke bekendheid heeft gekregen. |
| Eigenaar/Bewoners | Gemeente Ede |
| Huidige doeleinden | Het huis is in gebruik als kantoor, ontvangst- en expositieruimte. Tevens is er de mogelijkheid om er te trouwen. |
| Toegankelijk | Het huis is toegankelijk bij diverse exposities die er gehouden worden. |
| Foto's | Foto 1 (eigen collectie) |
| Bronnen | Met dank aan Drs. Marc V.T. Tenten |