Padevoort (Zeddam)

Op deze pagina vindt u informatie over Padevoort.

Ligging Aan de oostzijde van Zeddam.
Ontstaan De havezathe wordt genoemd in 1272, wanneer Hendrik van Hessehusen de "Pedelvuort" overdraagt aan heer Jacob, pastoor van de kerk in Zeddam, die het op zijn beurt weer overdraagt aan het klooster Bethlehem bij Doetinchem.
Geschiedenis Pas in 1375 verschijnt de familienaam Van den Padevoort met Johan, die als de stamvader van het geslacht beschouwd wordt. De laatste Van den Padevoort's die het goed bezeten hebben, gingen gebukt onder vele schulden. Henrica van den Padevoort, gehuwd met Johan van Hartevelt erfde van haar neef Hendrik behalve het goed ook de grote berg schulden. Zij overleed in 1633 en in 1638 vinden we als nieuwe eigenaren Albert Schaep en zijn "zusters" Eva en Henrica van Zuylen. De dames waren beiden weduwe van een Van Brakel en zij zullen Padevoort hebben geërfd via de tante van Henrica van den Padevoort, Anna van den Padevoort, echtgenote van Henrick van Zuylen van Loil. Schaep zal de zwager van Eva en Henrica zijn geweest en uiteindelijk komt het goed aan zijn zoon Gerrit Hendrik, die op zeker moment genoodzaakt is om zich wegens de hem boven het hoofd groeiende schulden te ontdoen van het goed.
Men vindt een koper in Hendrik Frederik Bentinck van de Kemnade, die optreedt namens zijn zwager Ernst Albert van Hoen en de koopakte wordt in 1666 getekend. Maar dan gooit gravin Madeleine van den Bergh roet in het eten, want zij naaste het goed, gebruik makend van een de graven Van den Bergh toekomend recht van nakoop, weliswaar tegen betaling van het nader overeengekomen aankoopbedrag. Voortaan werd het huis verhuurd.
In 1802 kwam daaraan een eind en werd het huis verkocht aan Johan Coenraad Roos. In 1814 stootte die zijn bezit af en Jan Willem Serrurier werd de nieuwe bezitter. Diens kleindochters, de dames Badon Ghyben-Serrurier en Steenlack-Serrurier, lieten het landgoed in 1875 in percelen veilen.
Als volmachtigde van het Rooms Katholieke kerkbestuur van Zeddam kocht Willem Limbeek het huis met een deel van de gronden. Het huis werd ingericht tot klooster en in 1876 overgedragen aan de zusters Franciscanessen van Heythuysen, die er een meisjesschool leidden en er de wijkverpleging uitoefenden. Maar wegens het gebrek aan roepingen verlieten zij het huis, waarop de Sint Oswaldus parochie van Zeddam het in 1968 verkocht aan de aannemer H.J. Kremer, die het restaureerde en betrok.

Het huis is ontstaan uit een poortgebouw uit de tweede helft van de zestiende eeuw, dat toegang moest geven aan een kasteel dat erachter gebouwd had moeten worden, maar dat nooit verrezen is. Geldgebrek zal de oorzaak zijn geweest. Dat poortgebouw is toen vergroot tot landhuis en, doordat het lang gefungeerd heeft als huurhuis, is het niet erg gemoderniseerd, zodat het vrij gaaf tot ons gekomen is.
Toen het tot het "Sint Jozefgesticht" werd ingericht, werd boven de ingang een trapgevel aangebracht met in een nis het beeld van Sint Jozef, maar dat alles is bij de laatste restauratie weer verdwenen.
Eigenaar/Bewoners Familie B.Th. ten Brinke.
Huidige doeleinden Privé bewoning.
Toegankelijk Landgoed toegankelijk, huis en directe omgeving zijn niet toegankelijk voor het publiek.
Foto's Foto 1 (eigen collectie) Voorzijde huis
Foto 2 (GE van Diest) Achterzijde huis
Bronnen Jan Harenberg -  "Eens bolwerk van de adel, kastelen en landhuizen in de Achterhoek en Liemers"