Regelink (Hengelo)
Op deze pagina vindt u
informatie over Regelink.
| Ligging | Ten noordoosten van het dorp Hengelo (Gld) |
| Ontstaan | Omstreeks 1313 lag op deze plek het erf "Reghesingh", ook wel "Regheningh" geheten. |
| Geschiedenis |
De naam doet al niet bijster kasteelachtig aan en ook hier dienen we de
oorsprong te zoeken in een boerderij. Omstreeks 1313 lag op deze plek het
erf "Reghesingh", ook wel "Regheningh" geheten. Weinig is bekend over de eigenaren; een Jonker van Leeuw is in 1650 bezitter en in 1809 blijkt het Regelink, zoals het dan al heet, eigendom te zijn van Lambert A. Willink. Caspar Derk Willink, vermoedelijk zijn zoon, is in 1832 eigenaar, maar gezien hun beroepen hebben ze er niet zelf op geboerd. Mogelijk bezat de boerderij een landheerskamer, maar ook dat is niet bekend. Een buitenplaats wordt het Regelink bij de volgende eigenaar, die het goed in 1832 van Willink koopt. Dat is Jacob Adolph baron van Heeckeren, die in datzelfde jaar het huis laat zetten. Hij was de oudste zoon van Evert Frederik baron van Heeckeren van Enghuizen en Henriëtte Susanne Marie gravin van Nassau la Lecq. Samen bezaten ze de kastelen Enghuizen bij Hummelo en Beverweerd bij Odijk. Logisch was geweest dat hij als oudste zoon Enghuizen had geërfd, maar beide kastelen gingen naar een jongere broer. Het verhaal gaat dat hij beneden zijn stand getrouwd was en dus niet waardig geacht werd om een kasteel te erven. Zijn echtgenote, Hendrica Bernarda Hummelinck, was de dochter van de Zelhemse dominee en dus niet van gelijke stand. Inderdaad heeft hij moeten wachten tot het overlijden van zijn vader in 1831, vòòr hij tot de bouw van zijn huis kon over gaan. Erg lang heeft hij niet van zijn buitenverblijf kunnen genieten, in 1837 overleed hij er. Kort na zijn dood verkocht zijn weduwe de buitenplaats aan Salomon Jac. Fortuin, koopman te Hengelo, die er niet woonde en het landgoed vermoedelijk op speculatie had gekocht. Hij verkocht het in 1849 aan Adrien Charles Guillaume de Veye, gehuwd met Anna Maria Weerts. Die hebben er lang gewoond, want eerst na haar dood in 1896 verkocht haar man het buiten aan G.F.G.A. van Kempen, die er overigens twee jaar later al weer genoeg van heeft, want in 1899 verkoopt hij het aan Johannes Damen. Maar ook Damen blijft niet lang eigenaar; in 1907 doet hij het over aan Derk Jan Jansen, koopman/winkelier te Hengelo, die het waarschijnlijk ook als belegging kocht, want hij verhuurt het. Dan breekt de tijd aan dat het Regelink weer adellijke bewoners krijgt. Koper in 1921 is Eberhard Clamor Wilhelm Karl Georg Eduard Julius Freiherr von dem Bussche-Hünnefeld, gehuwd met Albertine Johanna barones van Westerholt, die het in 1926 verkocht aan Cécile Eugénie Aimée gravin Dumonceau, douairière Hendrik Nicolaas baron Schimmelpenninck van der Oye en na haar overlijden in 1935 erfde haar dochter Cornélie Marie Henriëtte Antonia Gustavine het. Zij huwde in 1940 Maximiliaan Robert baron Bentinck en verhuurde het huis. Kort na de Tweede Wereldoorlog verkocht zij het aan de heren A. en H. Bruil. Gerritje Korten, weduwe van A. Bruil, sedert 1962 alleen-eigenaar, verkocht het in 1987 aan de huidige eigenaars, het echtpaar J.C.Cornelissen en A.C. Blom, dat het huis exploiteerde als vakantiehotel-pension. Het huis heeft het aanzien uit de tijd van de bouw goed bewaard. Kort na 1926 werd een toren aan de achterzijde gebouwd, waarin een trap en keuken werden ondergebracht. |
| Eigenaar/Bewoners | J.C.Cornelissen en A.C. Blom |
| Huidige doeleinden | Privé bewoning. |
| Toegankelijk | Huis en directe omgeving zijn niet toegankelijk voor het publiek |
| Foto's | |
| Bronnen | Jan Harenberg - "Eens bolwerk
van de adel, kastelen en landhuizen in de Achterhoek en Liemers" |