Rijswijk (Groessen)
Op deze pagina vindt u
informatie over Rijswijk.
| Ligging | Aan de Rijswijksestraat te Groessen |
| Ontstaan | Er is reeds sprake van het huis in een dijkbrief uit 1328. |
| Geschiedenis | Het lijdt geen twijfel dat Rijswijk één der
oudste, zo niet de oudste havezathe van de Liemers is, tenminste wat het
gebouw betreft en zeer zeker moet dit huis behoord hebben tot de
geprivilegeerde hoven waarvan in de Liemerse dijkbrief van 1328 sprake
is. Welk geslacht destijds op Rijswijk woonachtig was, is ons niet
overgeleverd, aangezien de dijkbrief ons geen namen geeft. Weliswaar
kennen we een geslacht Van Ryswyck en een relatie met het huis is niet
uit te sluiten. De Ten Haeve's zijn met zekerheid te plaatsen op
Rijswijk en opvallend is, dat in beide geslachten de vrij zeldzame
voornaam Lambert voorkomt en het is dan ook heel verleidelijk om te
veronderstellen dat de Ten Haeve's Rijswijk door huwelijk of erfenis van
de Van Ryswyck's hebben gekregen. In schriftelijke bronnen treffen we in 1410 Johan ten Haeve als eigenaar van Rijswijk aan en een lijst van de Kleefse Ridderschap van voor 1478 noemt een andere Johan. Kort daarna vinden we geen leden van dit geslacht meer vermeld als residerende te Groessen. Daarna blijft de historie van het goed een tijdlang in nevelen gehuld, maar vóór 1600 is het in het bezit van Adriaan van Spieringh. Hij wordt vanwege Rijswijk in de Kleefse Ridderschap verschreven en door zijn huwelijk met Wendela Smullinck wordt hij ook heer van Sevenaer. Zijn vader Frans zou Rijswijk overigens verkregen hebben door zijn huwelijk met Maria van Coenen en werd toen al heer van het goed genoemd. Hij leefde in de tweede helft van de zestiende eeuw en overleed in 1604. Later werd het goed bewoond door de broers Frans en Goossen van Spirinck (de naam werd verschillend geschreven), maar in 1645 treedt een nieuwe eigenaar op. Dat is Lodewijk von Rockelfingh, die bij de Kleefse Ridderschap bekend staat als Ludwig von Rockelfingh zu Rieszwick. Precies een eeuw later verkopen de Von Rockelfingh's het goed aan de erven Von Coenen, met als mede-eigenaar Derk van Eck. Lubbert Jan van Eck is eigenaar in1764 door koop uit een ietwat failliete boedel. Die kon het kopen, aangezien hij schatrijk geworden was in zijn functie van gouveneur van Ceylon. Ter belegging van zijn vermogen kocht hij veel grond in Nederland aan. Veel plezier heeft hij er niet aan beleefd, want hij overleed reeds in 1765. Rijswijk vererfde op zijn nicht Jannette Wilhelmina van Eck, gehuwd met Jacob Willem van Eck, blijkens de boedelscheiding van 1770. In 1790 verkoopt zij het goed aan Heinrich Wilhelm Conrad Rappard, die het een half jaar later overdoet aan een Von Lamers. Diens dochter Anna Sophia Christina huwt JohanChristiaan Theodorus Bender en in 1820 treedt Eulalie Louise Bender in het huwelijk met Jhr.Mr. Carel Jacob Christiaan Frans van Nispen. Van de van Nispen's kocht de familie Elfrink, de toenmalige pachter, Rijswijk in 1956. De toren kan nog uit het laatst van de veertiende eeuw dateren, maar werd helaas iets verlaagd, doordat kantelen en boogfries verdwenen zijn. Later werd een woonhuis aangebouwd, dat in de negentiende eeuw werd gemoderniseerd. Rijswijk is één der oudste burgelijke gebouwen van de Liemers. Helaas wordt het huis bedreigd door de Betuwelijn en door de doortrekking van de A15. De N.S. kocht het goed in 1998 maar gelukkig mocht zij niets met dit pand doen daar het een Rijks Monument betreft. Thans is het weer bewoond. |
| Eigenaar/Bewoners | Mevrouw Dijkstra |
| Huidige doeleinden | Privé bewoning |
| Toegankelijk | Huis en directe
omgeving zijn niet toegankelijk voor het publiek. |
| Foto's | |
| Bronnen | Jan Harenberg - "Eens bolwerk
van de adel, kastelen en landhuizen in de Achterhoek en Liemers" |