Slangenburg (Doetinchem)

Op deze pagina vindt u informatie over Slangenburg.

Ligging Zo'n 5 km ten oosten van Doetinchem, links van de weg naar Varsseveld.
Ontstaan Het huidige huis is ontstaan begin zestiende eeuw.
Geschiedenis In een bosrijke omgeving aan de noordzijde van de weg van Doetinchem naar Varsseveld ligt het kasteel Slangenburg. De naam is mogelijk afgeleid van de Slingebeek die zich op korte afstand van het kasteel door het landgoed slingert.
Als eerste eigenaar van dit kasteel vinden we het geslacht Van Baer, waarvan beweerd wordt dat zij via een jongere tak zouden afstammen van de oude baanderherengeslacht, dat met het sneuvelen van Frederik van Baer in 1356 in mannelijke lijn uitstierf. Tot dusver is deze theorie nooit bewezen.
Een Thomas van Baer, die in 1354 voorkomt, zou al bezitter van het goed zijn geweest en hij was getuige bij het huwelijk van de hiervoor genoemde Frederik, wordt genoemd in 1406 en in hem moeten we de stamvader van het geslacht op de Slangenburg zien.
De bekendste Van Baer van Slangenburg is tevens de laatste van zijn geslacht. Het is Frederik Johan, die in 1665 in het huwelijksbootje stapte met Dorothea Petronella van Steenbergen tot Duistervoorde. Nog in het huwelijksjaar overleed zij, mogelijk in het kraambed. Frederik Johan is nimmer hertrouwd. Als lid van een Katholieke familie kwam hij niet in aanmerking voor een overheidsfunctie; alleen de krijgsdienst was voor hem weggelegd, waar hij het tot de hoogste rang bracht. Na zijn dood in 1713 ging de Slangenburg naar zijn oomzegger Johan Derck van Steenbergen, heer van de Nijenbeek.
Johan Derck voelt zich niet aangetrokken tot de huwelijkse staat en overlijdt in 1727, eveneens als de laatste van zijn geslacht. Zijn beide kastelen liet hij na aan zijn zuster Johanna Elisabeth, in 1714 gehuwd met Dirck Johan van Stepraedt. Dit huwelijk leverde twee dochters op, waarvan alleen de oudste, Maria Agnes, in 1743 huwde met Willem Caspar Franz van Doornick genaamd Ulft tot Wohnung.
Ook zij waren beide de laatste van hun geslacht en hun enige kind, Johanna Elisabeth trouwde in 1765 met Herman Adolf von Nagel-Vornholz. Samen bezaten zij meer dan tien kastelen, die mogelijk meer lasten dan lusten opleverden, want het jonge echtpaar verkocht de Nijenbeek en de Slangenburg, het laatste kasteel in 1772 aan Adriaan Steengracht, die al een jaar later overleed en zijn broer Cornelis tot erfgenaam maakte, die de Slangenburg weer naliet aan zijn kleinzoon Frederik Adriaan von der Goltz, zoon van zijn dochter Cornelia Jacoba.
De Von der Goltz-periode is maar van korte duur; de zoon van Frederik Adriaan graaf von der Goltz overleed kinderloos en de erfgenamen verkochten het landgoed in 1895 aan de Duitse industrieel Arnold Passman, die het ongezien kocht met als doel al het hout te laten kappen, maar die na bezichtiging van zijn aankoop besloot alles intact te laten. Zijn zoon Oskar erfde het in 1919 maar in 1945 werd het landgoed verbeurd verklaard als vijandelijk vermogen en Staatsbosbeheer voert sedertdien de scepter over de Slangenburg.
In het kasteel werd een klooster van de Benedictijnen ingericht, die echter in 1948 een nieuwe abdij op een deel van het landgoed bouwden, waarna het kasteel gasthuis werd.
Het huis bestaat uit drie vleugels: een hoofdgebouw en twee zijvleugels loodrecht hierop aan de voorzijde. Op de buitenhoeken aan de achterzijde staan twee ronde torens. Een brede gracht loopt om het kasteel. Terzijde van het voorplein liggen de twee dienstgebouwen. Alleen de toren op de rechter achterhoek is afkomstig van een ouder bouwwerk, al het overige  is in de tweede helft van de zeventiende eeuw verrezen. Het laat zeventiende-eeuwse karakter is uitstekend bewaard: men lette op de aardige spitsen van de torens en de hoge schoorstenen. Het inwendige van het huis is zeer de moeite waard. Men vindt er onder meer schilderingen van Gerard Hoet (1648-1733), meest mythologische voorstellingen; stucplafonds en geschilderd behang. Fraaie ensembles vormen onder andere de vestibule, grote zaal, speelkamer, Dido-zaal, ontvangstkamer, muziekkamer en de kamers van de Eeuwige en Frivole Liefde.
Dit alles geeft het kasteel op kunsthistorisch gebied een eerste plaats onder de Nederlandse kastelen.
Eigenaar/Bewoners Paters Benedictijnen
Huidige doeleinden Het kasteel is in gebruik als gasthuis van het Benedictijnen klooster.
Toegankelijk Landgoed toegankelijk, huis en directe omgeving zijn toegankelijk voor gasten van het klooster.(INFO)
Foto's
Bronnen Jan Harenberg -  "Eens bolwerk van de adel, kastelen en landhuizen in de Achterhoek en Liemers"
Allert de Lange - Gids voor "De Nederlandse Kastelen en Buitenplaatsen"
Abdij St Willibrord te Doetinchem