Wesenthorst (Genderingen)

Op deze pagina vindt u informatie over Wesenthorst.

Ligging Ingeklemd in een moderne woonwijk tussen Ulft en Genderingen.
Ontstaan In 1145 komen we een voornaam geslacht tegen met de naam Van Wesenthorst
Geschiedenis Al heel vroeg komt een voornaam geslacht Van Wesenthorst voor en het vermoeden bestaat dat zij uit een jongere tak van het grafelijke huis Loon stamden. Zij noemden de toch bepaald niet onaanzienlijke heren van Bergh "lieve neef", hetgeen niet direct op verwantschap hoeft te duiden, maar zo spraken standsgenoten elkaar in de middeleeuwen nu eenmaal aan. Al in 1145 worden ze genoemd als getuigen, wanneer Keizer Koenraad Wester- en Oostergo aan de kerk van Utrecht schenkt.
Adam van den Bergh trachtte omstreeks 1350 zijn positie in het Gendringse te verstevigen en in 1350 verklaren Egbert en Beatrix van Wesenthorst dat zij voor hun erfrecht door de heer van den Bergh betaald zijn. Heeft Bergh met dit erfrecht het gehele goed verworven? Waarschijnlijk niet, want in 1320 geeft Willem van den Bergh, Adam's zoon, de Wesenthorst in leen uit aan Gerd van Kortenhorn, geheiten Coelthof, die mogelijk het andere deel verworven had. Dat wordt in 1417 verkocht aan Wichard van Medevorden, die het al in 1448 weer over deed aan Reynalt van Aeswyn.
Anthonie, de laatste Van Aeswyn wordt in 1647 in het bos van zijn kasteel Sterkenburg bij Driebergen vermoord en zijn dochter Antonetta uit zijn huwelijk met Margaretha Torck erft zijn omvangrijke bezit. Zij huwde Gijsbert van Mathenesse, maar overleed zeer jong, evenals haar beide kinderen. Toen kon de strijd om de rijke erfenis beginnen. De Wesenthorst kwam in 1620 aan Gijsbert's neef Willem van Mathenesse. De verdeling van de nalatenschap verliep echter niet probleemloos, want in 1620 werd ook Adriana van Aeswyn, douairière van Baxen van Harmelen beleend en het jaar daarop liet Margaretha van Valckenaer zich belenen, na de dood van haar zoon Willem van Mathenesse van Rasquert. Tien jaar later volgt de belening van Johanna Maria van Baxen, echtgenote van Winandt van Renesse tot den Poll en dan blijkt dat Maria Gisberta van Bronckhorst voor 1/3 gerechtigd is. Het gaat nog een tijd door: In 1718 volgen de beleningen van Maximiliaan Jacob van Renesse tot ter Aa, Maria Gisberta van Bronckhorst, douairière van Heerdt, en Heylwich van Bronckhorst, douairière van Thienen voor 1/3 deel. Maria Gisberta is de dochter van Cornelis van Bronckhorst en Agnes van Aeswyn en Heylwich zal haar zuster zijn geweest. In 1738 treedt Maximiliaan Jacob van Renesse als overwinnaar te voorschijn en is hij alleenbezitter.
In 1783 vererft het goed op het geslacht Van Reede tot den Parckeler, die het niet lang bezeten hebben, want in het begin van de negentiende eeuw behoort de Wesenthorst aan mevrouw E.C. de Haas, wiens erven het laten veilen, waarna Jan Hendrik te Grotenhuis eigenaar wordt. Door huwelijk worden in 1871 de Stokman's eigenaar totdat eind jaren zeventig Hendrikus Gerhardus Varwijk het huis kocht, teneinde het voor sloop door de gemeente te behoeden.
Het kasteel werd vanaf omstreeks 1600 niet meer door adellijke eigenaren bewoond en daalde af tot rentmeesterwoning en pachtboerderij, waarbij de overbodige bouwdelen in de loop der eeuwen werden afgebroken. Wat er nu nog staat is een vijftiende-eeuws gebouw, na restauratie uitgebreid met een moderne vleugel. De grachten zijn reeds lang geleden gedempt.
Eigenaar/Bewoners De heer Hendrikus Gerhardus Varwijk
Huidige doeleinden Privé bewoning. 
Toegankelijk Huis en directe omgeving zijn niet vrij toegankelijk voor het publiek.
Foto's
Bronnen Jan Harenberg -  "Eens bolwerk van de adel, kastelen en landhuizen in de Achterhoek en Liemers"